Bierbrouwen is een bezigheid die al eeuwen oud is. De Sumeriërs, een volk dat ongeveer 5000 jaar geleden in Mesopotamië leefde, kenden het al. In de middeleeuwen waren het vooral de monniken die brouwden om in hun levensonderhoud te voorzien. In de 20e eeuw zien we een enorme vervlakking optreden als gevolg van de twee wereldoorlogen. Tegelijkertijd zorgde de economische recessie voor een sterke daling van de koopkracht. Het gevolg was, dat zowel het aantal soorten bier als het aantal brouwerijen sterk afnam. In 1945 waren er in Nederland van de 148 brouwerijen nog maar 83 over. In 1980 stond de Nederlandse biercultuur op een dieptepunt en waren er nog slechts negentien brouwerijen (waarvan verscheidene in dezelfde handen) die tezamen een zestigtal bieren brouwden. Het positieve keerpunt in de Nederlandse biercultuur ontstond doordat de speciaalbieren aan hun opmars begonnen. De opkomst van deze kleine brouwerijen heeft geleid tot een grote versterking van de Nederlandse biermarkt. Inmiddels is het aantal Nederlandse brouwerijen weer gestegen tot ruim 60.